De winter
14 woorden in 2 korte units — leer de flashcards en haal alle 4 de spelletjes om de volgende unit te ontgrendelen.
Op deze pagina staan 14 Engelse woorden over het thema ‘De winter’, elk met een afbeelding, de Nederlandse betekenis, een voorbeeldzin en audio ingesproken door moedertaalsprekers. We beginnen met boots (de laarzen), snow (de sneeuw), socks (de sokken). Alle woorden zijn verdeeld over 2 korte units, zodat kinderen stap voor stap leren en het geleerde meteen testen met 4 minigames.
Units
Alle 14 woorden: De winter in het Engels
Tik op de luidspreker om de moedertaal-uitspraak te horen.
boots
de laarzen
“I wear warm boots in the snow.”
snow
de sneeuw
“The white snow covers the whole street.”
socks
de sokken
“I wear thick socks to keep my feet warm.”
jacket
de jas
“I zip up my warm jacket in winter.”
blanket
de deken
“I wrap myself in a cozy blanket.”
scarf
de sjaal
“I wrap a wool scarf around my neck.”
penguin
de pinguïn
“The penguin waddles across the ice.”
log fire
de open haard
“We sit by the warm log fire.”
skiing
het skiën
“We go skiing on the snowy hills.”
snowman
de sneeuwman
“We rolled big snowballs to make a snowman.”
snowflake
de sneeuwvlok
“A tiny snowflake landed on my nose.”
beanie
de muts
“I pull my beanie down over my ears.”
mittens
de wanten
“I wear mittens to keep my hands warm.”
hot drink
de warme drank
“I sip a hot drink on a cold day.”
Voorbeeldzinnen
Zo gebruik je de woorden hierboven in eenvoudige alledaagse zinnen.
-
“I wear warm boots in the snow.”
boots — de laarzen
-
“I zip up my warm jacket in winter.”
jacket — de jas
-
“The penguin waddles across the ice.”
penguin — de pinguïn
-
“We rolled big snowballs to make a snowman.”
snowman — de sneeuwman
Ken je alle woorden van ‘De winter’ al?
Speel nu: De winterVeelgestelde vragen
Wat is De winter in het Engels?
Op deze pagina staan 14 Engelse woorden over het thema ‘De winter’. De meest gebruikte zijn: boots (de laarzen), snow (de sneeuw), socks (de sokken), jacket (de jas), blanket (de deken), scarf (de sjaal), penguin (de pinguïn), log fire (de open haard), skiing (het skiën), snowman (de sneeuwman), snowflake (de sneeuwvlok), beanie (de muts). Bij elk woord horen een afbeelding, de Nederlandse betekenis en een geluidsopname van een moedertaalspreker die je zo vaak kunt afspelen als je wilt.
Hoe spreek je ‘snowflake’ uit in het Engels?
Tik op het luidsprekertje naast het woord ‘snowflake’ (de sneeuwvlok) om de uitspraak van een moedertaalspreker te horen en zeg het daarna twee of drie keer na. Zo gebruik je het in een zin: "A tiny snowflake landed on my nose."
Hoeveel woorden leer je in dit thema?
In totaal 14 woorden, verdeeld over 2 units van 5–10 woorden. Elke unit heeft flashcards en 4 minigames — plaatje raden, luisteren, combineren en spellen — zodat nieuwe woorden meteen spelenderwijs worden herhaald.
Is het gratis?
Helemaal gratis en zonder account: open deze pagina gewoon in je browser, op je telefoon of computer. Je voortgang wordt automatisch op je apparaat opgeslagen. Wil je zonder internet oefenen, dan is er ook de app English For Kids.