De planten
28 woorden in 4 korte units — leer de flashcards en haal alle 4 de spelletjes om de volgende unit te ontgrendelen.
Op deze pagina staan 28 Engelse woorden over het thema ‘De planten’, elk met een afbeelding, de Nederlandse betekenis, een voorbeeldzin en audio ingesproken door moedertaalsprekers. We beginnen met leaf (het blad), grass (het gras), tree (de boom). Alle woorden zijn verdeeld over 4 korte units, zodat kinderen stap voor stap leren en het geleerde meteen testen met 4 minigames.
Units
Alle 28 woorden: De planten in het Engels
Tik op de luidspreker om de moedertaal-uitspraak te horen.
leaf
het blad
“A single leaf floated down to the ground.”
grass
het gras
“The grass grows tall in the field.”
tree
de boom
“Birds build their nest in the tree.”
seed
het zaad
“I plant a tiny seed in the soil.”
root
de wortel
“The root grows deep under the ground.”
flower
de bloem
“A bee lands on the open flower.”
fruit
het fruit
“An apple is a sweet and healthy fruit.”
branch
de tak
“A bird sits on the high branch.”
trunk
de stam
“The thick trunk holds up the whole tree.”
bush
de struik
“The berries grow on a low bush.”
sprout
de scheut
“A green sprout pushes up from the ground.”
petal
het bloemblaadje
“A soft petal fell from the rose.”
forest
het bos
“Tall trees fill the dark forest.”
wood
het hout
“The table is made of strong wood.”
clover
de klaver
“I found a lucky four-leaf clover.”
moss
het mos
“Soft green moss covers the old stone.”
fern
de varen
“The fern has long, feathery leaves.”
ivy
de klimop
“Green ivy climbs up the brick wall.”
reeds
het riet
“Tall reeds grow at the edge of the pond.”
cactus
de cactus
“The cactus stores water inside its thick stem.”
bamboo
de bamboe
“The panda eats the green bamboo.”
palm tree
de palmboom
“The palm tree grows on the sunny beach.”
pine tree
de pijnboom
“The pine tree stays green all winter.”
corn
het maïs
“The corn grows tall in long rows.”
walnut
de walnoot
“I crack open the hard walnut shell.”
peanut
de pinda
“I eat a peanut from its shell.”
almond
de amandel
“The almond is a healthy little nut.”
mushroom
de paddenstoel
“A red mushroom grows under the tree.”
Voorbeeldzinnen
Zo gebruik je de woorden hierboven in eenvoudige alledaagse zinnen.
-
“A single leaf floated down to the ground.”
leaf — het blad
-
“An apple is a sweet and healthy fruit.”
fruit — het fruit
-
“Tall trees fill the dark forest.”
forest — het bos
-
“Tall reeds grow at the edge of the pond.”
reeds — het riet
Ken je alle woorden van ‘De planten’ al?
Speel nu: De plantenVeelgestelde vragen
Wat is De planten in het Engels?
Op deze pagina staan 28 Engelse woorden over het thema ‘De planten’. De meest gebruikte zijn: leaf (het blad), grass (het gras), tree (de boom), seed (het zaad), root (de wortel), flower (de bloem), fruit (het fruit), branch (de tak), trunk (de stam), bush (de struik), sprout (de scheut), petal (het bloemblaadje). Bij elk woord horen een afbeelding, de Nederlandse betekenis en een geluidsopname van een moedertaalspreker die je zo vaak kunt afspelen als je wilt.
Hoe spreek je ‘palm tree’ uit in het Engels?
Tik op het luidsprekertje naast het woord ‘palm tree’ (de palmboom) om de uitspraak van een moedertaalspreker te horen en zeg het daarna twee of drie keer na. Zo gebruik je het in een zin: "The palm tree grows on the sunny beach."
Hoeveel woorden leer je in dit thema?
In totaal 28 woorden, verdeeld over 4 units van 5–10 woorden. Elke unit heeft flashcards en 4 minigames — plaatje raden, luisteren, combineren en spellen — zodat nieuwe woorden meteen spelenderwijs worden herhaald.
Is het gratis?
Helemaal gratis en zonder account: open deze pagina gewoon in je browser, op je telefoon of computer. Je voortgang wordt automatisch op je apparaat opgeslagen. Wil je zonder internet oefenen, dan is er ook de app English For Kids.