De natuur
33 woorden in 4 korte units — leer de flashcards en haal alle 4 de spelletjes om de volgende unit te ontgrendelen.
Op deze pagina staan 33 Engelse woorden over het thema ‘De natuur’, elk met een afbeelding, de Nederlandse betekenis, een voorbeeldzin en audio ingesproken door moedertaalsprekers. We beginnen met tree (de boom), leaf (het blad), flower (de bloem). Alle woorden zijn verdeeld over 4 korte units, zodat kinderen stap voor stap leren en het geleerde meteen testen met 4 minigames.
Units
Alle 33 woorden: De natuur in het Engels
Tik op de luidspreker om de moedertaal-uitspraak te horen.
tree
de boom
“The tall tree gives us cool shade.”
leaf
het blad
“A green leaf falls from the tree.”
flower
de bloem
“The flower smells sweet in the garden.”
sun
de zon
“The sun gives us warm light.”
cloud
de wolk
“A white cloud floats in the sky.”
grass
het gras
“The green grass is soft under my feet.”
sky
de lucht
“The sky is full of bright stars at night.”
water
het water
“I drink a glass of cold water.”
fire
het vuur
“We sit around the warm fire at night.”
bush
de struik
“A small bird hides in the bush.”
forest
het bos
“Many animals live in the green forest.”
mountain
de berg
“Snow covers the top of the high mountain.”
rock
de rots
“I sat on a big rock by the path.”
river
de rivier
“The river flows down to the sea.”
ocean
de oceaan
“Big whales live in the deep ocean.”
lake
het meer
“We row a boat across the calm lake.”
beach
het strand
“We build sandcastles on the beach.”
cave
de grot
“The bear sleeps inside the dark cave.”
desert
de woestijn
“The desert is hot, dry, and full of sand.”
island
het eiland
“The small island sits in the blue sea.”
stone
de steen
“I throw a small stone into the pond.”
sand
het zand
“The soft sand is warm under the sun.”
mud
de modder
“The pig plays in the wet mud.”
snow
de sneeuw
“White snow falls in the winter.”
meadow
de weide
“Cows eat grass in the green meadow.”
waterfall
de waterval
“The waterfall drops from the high cliff.”
rainbow
de regenboog
“A rainbow appears after the rain.”
volcano
de vulkaan
“Hot lava comes out of the volcano.”
smoke
de rook
“Grey smoke rises from the fire.”
planet
de planeet
“Earth is the planet where we live.”
glacier
de gletsjer
“A glacier is a huge river of ice.”
pine
de pijnboom
“The tall pine tree stays green all year.”
cactus
de cactus
“The cactus grows in the dry desert.”
Voorbeeldzinnen
Zo gebruik je de woorden hierboven in eenvoudige alledaagse zinnen.
-
“The tall tree gives us cool shade.”
tree — de boom
-
“We sit around the warm fire at night.”
fire — het vuur
-
“We build sandcastles on the beach.”
beach — het strand
-
“Cows eat grass in the green meadow.”
meadow — de weide
Ken je alle woorden van ‘De natuur’ al?
Speel nu: De natuurVeelgestelde vragen
Wat is De natuur in het Engels?
Op deze pagina staan 33 Engelse woorden over het thema ‘De natuur’. De meest gebruikte zijn: tree (de boom), leaf (het blad), flower (de bloem), sun (de zon), cloud (de wolk), grass (het gras), sky (de lucht), water (het water), fire (het vuur), bush (de struik), forest (het bos), mountain (de berg). Bij elk woord horen een afbeelding, de Nederlandse betekenis en een geluidsopname van een moedertaalspreker die je zo vaak kunt afspelen als je wilt.
Hoe spreek je ‘waterfall’ uit in het Engels?
Tik op het luidsprekertje naast het woord ‘waterfall’ (de waterval) om de uitspraak van een moedertaalspreker te horen en zeg het daarna twee of drie keer na. Zo gebruik je het in een zin: "The waterfall drops from the high cliff."
Hoeveel woorden leer je in dit thema?
In totaal 33 woorden, verdeeld over 4 units van 5–10 woorden. Elke unit heeft flashcards en 4 minigames — plaatje raden, luisteren, combineren en spellen — zodat nieuwe woorden meteen spelenderwijs worden herhaald.
Is het gratis?
Helemaal gratis en zonder account: open deze pagina gewoon in je browser, op je telefoon of computer. Je voortgang wordt automatisch op je apparaat opgeslagen. Wil je zonder internet oefenen, dan is er ook de app English For Kids.