De werkwoorden
35 woorden in 5 korte units — leer de flashcards en haal alle 4 de spelletjes om de volgende unit te ontgrendelen.
Op deze pagina staan 35 Engelse woorden over het thema ‘De werkwoorden’, elk met een afbeelding, de Nederlandse betekenis, een voorbeeldzin en audio ingesproken door moedertaalsprekers. We beginnen met drink (drinken), walk (lopen), ask (vragen). Alle woorden zijn verdeeld over 5 korte units, zodat kinderen stap voor stap leren en het geleerde meteen testen met 4 minigames.
Units
Alle 35 woorden: De werkwoorden in het Engels
Tik op de luidspreker om de moedertaal-uitspraak te horen.
drink
drinken
“I drink water when I am thirsty.”
walk
lopen
“We walk to the park together.”
ask
vragen
“I ask my teacher a question.”
cry
huilen
“The baby will cry when she is hungry.”
eat
eten
“We eat breakfast in the morning.”
look
kijken
“I look at the birds in the sky.”
laugh
lachen
“The funny clown makes us laugh.”
clap
klappen
“We clap our hands to the music.”
clean
schoonmaken
“I clean my room every weekend.”
dance
dansen
“We dance to our favorite song.”
brush
poetsen
“I brush my teeth before bed.”
close
sluiten
“Please close the door quietly.”
comb
kammen
“I comb my hair in the morning.”
open
openen
“I open the window to let in fresh air.”
throw
gooien
“I throw the ball to my friend.”
cook
koken
“Mom and I cook dinner together.”
hit
raken
“He hit the ball with the bat.”
bite
bijten
“Be careful, the dog might bite.”
cut
snijden
“I cut the paper with scissors.”
jump
springen
“I jump over the puddle.”
kick
schoppen
“I kick the ball into the goal.”
carry
dragen
“I carry the heavy bag to school.”
catch
vangen
“I catch the ball with both hands.”
drive
rijden
“Dad will drive us to the beach.”
lift
tillen
“I lift the box up onto the table.”
climb
klimmen
“We climb the tree in the garden.”
build
bouwen
“We build a castle with the blocks.”
draw
tekenen
“I draw a picture of my family.”
lead
leiden
“The guide will lead us through the forest.”
juggle
jongleren
“The clown can juggle three balls.”
fly
vliegen
“The birds fly high in the sky.”
march
marcheren
“The soldiers march down the street.”
dig
graven
“We dig a hole in the sand.”
mix
mengen
“We mix the flour and the eggs.”
knock
kloppen
“Please knock before you open the door.”
Voorbeeldzinnen
Zo gebruik je de woorden hierboven in eenvoudige alledaagse zinnen.
-
“I drink water when I am thirsty.”
drink — drinken
-
“I clean my room every weekend.”
clean — schoonmaken
-
“He hit the ball with the bat.”
hit — raken
-
“I lift the box up onto the table.”
lift — tillen
Veelgestelde vragen
Wat is De werkwoorden in het Engels?
Op deze pagina staan 35 Engelse woorden over het thema ‘De werkwoorden’. De meest gebruikte zijn: drink (drinken), walk (lopen), ask (vragen), cry (huilen), eat (eten), look (kijken), laugh (lachen), clap (klappen), clean (schoonmaken), dance (dansen), brush (poetsen), close (sluiten). Bij elk woord horen een afbeelding, de Nederlandse betekenis en een geluidsopname van een moedertaalspreker die je zo vaak kunt afspelen als je wilt.
Hoe spreek je ‘juggle’ uit in het Engels?
Tik op het luidsprekertje naast het woord ‘juggle’ (jongleren) om de uitspraak van een moedertaalspreker te horen en zeg het daarna twee of drie keer na. Zo gebruik je het in een zin: "The clown can juggle three balls."
Hoeveel woorden leer je in dit thema?
In totaal 35 woorden, verdeeld over 5 units van 5–10 woorden. Elke unit heeft flashcards en 4 minigames — plaatje raden, luisteren, combineren en spellen — zodat nieuwe woorden meteen spelenderwijs worden herhaald.
Is het gratis?
Helemaal gratis en zonder account: open deze pagina gewoon in je browser, op je telefoon of computer. Je voortgang wordt automatisch op je apparaat opgeslagen. Wil je zonder internet oefenen, dan is er ook de app English For Kids.