Miracle Apps

De maanden

12 woorden in 1 korte units — leer de flashcards en haal alle 4 de spelletjes om de volgende unit te ontgrendelen.

Op deze pagina staan 12 Engelse woorden over het thema ‘De maanden’, elk met een afbeelding, de Nederlandse betekenis, een voorbeeldzin en audio ingesproken door moedertaalsprekers. We beginnen met January (januari), February (februari), March (maart). Alle woorden zijn verdeeld over 1 korte units, zodat kinderen stap voor stap leren en het geleerde meteen testen met 4 minigames.

Units

Alle 12 woorden: De maanden in het Engels

Tik op de luidspreker om de moedertaal-uitspraak te horen.

January

January

januari

“January is the first month of the year.”

February

February

februari

“February is the shortest month of the year.”

March

March

maart

“Spring begins in March.”

April

April

april

“It often rains in April.”

May

May

mei

“Many flowers bloom in May.”

June

June

juni

“Summer starts in June.”

July

July

juli

“We go on holiday in July.”

August

August

augustus

“August is a hot summer month.”

September

September

september

“School starts again in September.”

October

October

oktober

“The leaves fall in October.”

November

November

november

“The weather gets colder in November.”

December

December

december

“December is the last month of the year.”

Voorbeeldzinnen

Zo gebruik je de woorden hierboven in eenvoudige alledaagse zinnen.

Ken je alle woorden van ‘De maanden’ al?

Speel nu: De maanden

Veelgestelde vragen

Wat is De maanden in het Engels?

Op deze pagina staan 12 Engelse woorden over het thema ‘De maanden’. De meest gebruikte zijn: January (januari), February (februari), March (maart), April (april), May (mei), June (juni), July (juli), August (augustus), September (september), October (oktober), November (november), December (december). Bij elk woord horen een afbeelding, de Nederlandse betekenis en een geluidsopname van een moedertaalspreker die je zo vaak kunt afspelen als je wilt.

Hoe spreek je ‘September’ uit in het Engels?

Tik op het luidsprekertje naast het woord ‘September’ (september) om de uitspraak van een moedertaalspreker te horen en zeg het daarna twee of drie keer na. Zo gebruik je het in een zin: "School starts again in September."

Hoeveel woorden leer je in dit thema?

In totaal 12 woorden, verdeeld over 1 units van 5–10 woorden. Elke unit heeft flashcards en 4 minigames — plaatje raden, luisteren, combineren en spellen — zodat nieuwe woorden meteen spelenderwijs worden herhaald.

Is het gratis?

Helemaal gratis en zonder account: open deze pagina gewoon in je browser, op je telefoon of computer. Je voortgang wordt automatisch op je apparaat opgeslagen. Wil je zonder internet oefenen, dan is er ook de app English For Kids.

Andere thema’s die hierbij passen

Bekijk alle 69 thema’s →