De kleren
32 woorden in 4 korte units — leer de flashcards en haal alle 4 de spelletjes om de volgende unit te ontgrendelen.
Op deze pagina staan 32 Engelse woorden over het thema ‘De kleren’, elk met een afbeelding, de Nederlandse betekenis, een voorbeeldzin en audio ingesproken door moedertaalsprekers. We beginnen met t-shirt (t-shirt), shorts (de korte broek), dress (de jurk). Alle woorden zijn verdeeld over 4 korte units, zodat kinderen stap voor stap leren en het geleerde meteen testen met 4 minigames.
Units
Alle 32 woorden: De kleren in het Engels
Tik op de luidspreker om de moedertaal-uitspraak te horen.
t-shirt
t-shirt
“I wear a blue t-shirt in summer.”
shorts
de korte broek
“He wears shorts on a hot day.”
dress
de jurk
“She wears a pretty dress to the party.”
jacket
het jasje
“I put on my jacket when it is cold.”
jeans
de jeans
“I wear blue jeans to school.”
coat
de jas
“I wear a thick coat in the winter.”
shoes
de schoenen
“I tie the laces on my shoes.”
trousers
de broek
“He wears black trousers to work.”
hat
de hoed
“She wears a big hat in the sun.”
belt
de riem
“He wears a belt to hold up his trousers.”
socks
de sokken
“I put on clean socks every morning.”
boots
de laarzen
“I wear rubber boots in the rain.”
pyjamas
de pyjama
“I put on my pyjamas before bed.”
sandal
de sandaal
“I wear a sandal on each foot in summer.”
cap
de pet
“He wears a cap to keep off the sun.”
watch
het horloge
“I look at my watch to see the time.”
tie
de stropdas
“Dad wears a tie to work.”
scarf
de sjaal
“I wrap a warm scarf around my neck.”
gloves
de handschoenen
“I wear warm gloves on my hands.”
sunglasses
de zonnebril
“She wears sunglasses on a bright day.”
apron
het schort
“Mom wears an apron when she cooks.”
necklace
de ketting
“She wears a gold necklace around her neck.”
bow tie
de vlinderdas
“He wears a red bow tie to the party.”
beanie
de muts
“I wear a warm beanie on cold days.”
nappy
de luier
“The baby wears a clean nappy.”
hanger
de hanger
“I hang my shirt on a hanger.”
earmuffs
de oorwarmers
“I wear earmuffs to keep my ears warm.”
ring
de ring
“She wears a shiny ring on her finger.”
bobby pin
de haarspeld
“I use a bobby pin to hold my hair.”
safety pin
de veiligheidsspeld
“I close the cloth with a safety pin.”
stocking
de kous
“She pulls a stocking onto her leg.”
helmet
de helm
“I wear a helmet when I ride my bike.”
Voorbeeldzinnen
Zo gebruik je de woorden hierboven in eenvoudige alledaagse zinnen.
-
“I wear a blue t-shirt in summer.”
t-shirt — t-shirt
-
“He wears black trousers to work.”
trousers — de broek
-
“He wears a cap to keep off the sun.”
cap — de pet
-
“He wears a red bow tie to the party.”
bow tie — de vlinderdas
Ken je alle woorden van ‘De kleren’ al?
Speel nu: De klerenVeelgestelde vragen
Wat is De kleren in het Engels?
Op deze pagina staan 32 Engelse woorden over het thema ‘De kleren’. De meest gebruikte zijn: t-shirt (t-shirt), shorts (de korte broek), dress (de jurk), jacket (het jasje), jeans (de jeans), coat (de jas), shoes (de schoenen), trousers (de broek), hat (de hoed), belt (de riem), socks (de sokken), boots (de laarzen). Bij elk woord horen een afbeelding, de Nederlandse betekenis en een geluidsopname van een moedertaalspreker die je zo vaak kunt afspelen als je wilt.
Hoe spreek je ‘sunglasses’ uit in het Engels?
Tik op het luidsprekertje naast het woord ‘sunglasses’ (de zonnebril) om de uitspraak van een moedertaalspreker te horen en zeg het daarna twee of drie keer na. Zo gebruik je het in een zin: "She wears sunglasses on a bright day."
Hoeveel woorden leer je in dit thema?
In totaal 32 woorden, verdeeld over 4 units van 5–10 woorden. Elke unit heeft flashcards en 4 minigames — plaatje raden, luisteren, combineren en spellen — zodat nieuwe woorden meteen spelenderwijs worden herhaald.
Is het gratis?
Helemaal gratis en zonder account: open deze pagina gewoon in je browser, op je telefoon of computer. Je voortgang wordt automatisch op je apparaat opgeslagen. Wil je zonder internet oefenen, dan is er ook de app English For Kids.