Miracle Apps

De huishoudelijke apparaten

15 woorden in 2 korte units — leer de flashcards en haal alle 4 de spelletjes om de volgende unit te ontgrendelen.

Op deze pagina staan 15 Engelse woorden over het thema ‘De huishoudelijke apparaten’, elk met een afbeelding, de Nederlandse betekenis, een voorbeeldzin en audio ingesproken door moedertaalsprekers. We beginnen met mouse (de muis), computer (de computer), battery (de batterij). Alle woorden zijn verdeeld over 2 korte units, zodat kinderen stap voor stap leren en het geleerde meteen testen met 4 minigames.

Units

Alle 15 woorden: De huishoudelijke apparaten in het Engels

Tik op de luidspreker om de moedertaal-uitspraak te horen.

mouse

mouse

de muis

“I move the mouse to click on the screen.”

computer

computer

de computer

“I play games on the computer.”

battery

battery

de batterij

“The toy needs a new battery to work.”

headphones

headphones

de koptelefoon

“I listen to music with my headphones.”

iron

iron

het strijkijzer

“Dad uses an iron to flatten his shirt.”

fridge

fridge

de koelkast

“We keep cold milk in the fridge.”

microwave

microwave

de magnetron

“I heat my soup in the microwave.”

socket

socket

het stopcontact

“Plug the lamp into the wall socket.”

plug

plug

de stekker

“I push the plug into the socket.”

washing machine

washing machine

de wasmachine

“Mom puts the dirty clothes in the washing machine.”

projector

projector

de projector

“The projector shows the movie on the wall.”

vacuum cleaner

vacuum cleaner

de stofzuiger

“The vacuum cleaner picks up dust from the floor.”

hair-dryer

hair-dryer

de föhn

“She dries her hair with a hair-dryer.”

juicer

juicer

de sapcentrifuge

“We make orange juice with the juicer.”

pressure cooker

pressure cooker

de snelkookpan

“Mom cooks beans quickly in the pressure cooker.”

Voorbeeldzinnen

Zo gebruik je de woorden hierboven in eenvoudige alledaagse zinnen.

Veelgestelde vragen

Wat is De huishoudelijke apparaten in het Engels?

Op deze pagina staan 15 Engelse woorden over het thema ‘De huishoudelijke apparaten’. De meest gebruikte zijn: mouse (de muis), computer (de computer), battery (de batterij), headphones (de koptelefoon), iron (het strijkijzer), fridge (de koelkast), microwave (de magnetron), socket (het stopcontact), plug (de stekker), washing machine (de wasmachine), projector (de projector), vacuum cleaner (de stofzuiger). Bij elk woord horen een afbeelding, de Nederlandse betekenis en een geluidsopname van een moedertaalspreker die je zo vaak kunt afspelen als je wilt.

Hoe spreek je ‘washing machine’ uit in het Engels?

Tik op het luidsprekertje naast het woord ‘washing machine’ (de wasmachine) om de uitspraak van een moedertaalspreker te horen en zeg het daarna twee of drie keer na. Zo gebruik je het in een zin: "Mom puts the dirty clothes in the washing machine."

Hoeveel woorden leer je in dit thema?

In totaal 15 woorden, verdeeld over 2 units van 5–10 woorden. Elke unit heeft flashcards en 4 minigames — plaatje raden, luisteren, combineren en spellen — zodat nieuwe woorden meteen spelenderwijs worden herhaald.

Is het gratis?

Helemaal gratis en zonder account: open deze pagina gewoon in je browser, op je telefoon of computer. Je voortgang wordt automatisch op je apparaat opgeslagen. Wil je zonder internet oefenen, dan is er ook de app English For Kids.

Andere thema’s die hierbij passen

Bekijk alle 69 thema’s →