Miracle Apps

De badkamer

16 woorden in 2 korte units — leer de flashcards en haal alle 4 de spelletjes om de volgende unit te ontgrendelen.

Op deze pagina staan 16 Engelse woorden over het thema ‘De badkamer’, elk met een afbeelding, de Nederlandse betekenis, een voorbeeldzin en audio ingesproken door moedertaalsprekers. We beginnen met toilet paper (het toiletpapier), toilet (de wc), shower (de douche). Alle woorden zijn verdeeld over 2 korte units, zodat kinderen stap voor stap leren en het geleerde meteen testen met 4 minigames.

Units

Alle 16 woorden: De badkamer in het Engels

Tik op de luidspreker om de moedertaal-uitspraak te horen.

toilet paper

toilet paper

het toiletpapier

“I use toilet paper in the bathroom.”

toilet

toilet

de wc

“I flush the toilet after I use it.”

shower

shower

de douche

“I take a warm shower every morning.”

soap

soap

de zeep

“I wash my hands with soap and water.”

towel

towel

de handdoek

“I dry my body with a soft towel.”

sink

sink

de wastafel

“I brush my teeth at the sink.”

mirror

mirror

de spiegel

“I look at my face in the mirror.”

shampoo

shampoo

de shampoo

“I wash my hair with shampoo.”

toothpaste

toothpaste

de tandpasta

“I put toothpaste on my toothbrush.”

toothbrush

toothbrush

de tandenborstel

“I clean my teeth with a toothbrush.”

bath

bath

de badkuip

“The baby splashes in the warm bath.”

faucet

faucet

de kraan

“I turn on the faucet to wash my hands.”

washcloth

washcloth

het washandje

“I clean my face with a wet washcloth.”

sponge

sponge

de spons

“I scrub the bath with a sponge.”

comb

comb

de kam

“I keep a comb beside the sink.”

razor

razor

het scheermes

“Dad shaves his face with a razor.”

Voorbeeldzinnen

Zo gebruik je de woorden hierboven in eenvoudige alledaagse zinnen.

Ken je alle woorden van ‘De badkamer’ al?

Speel nu: De badkamer

Veelgestelde vragen

Wat is De badkamer in het Engels?

Op deze pagina staan 16 Engelse woorden over het thema ‘De badkamer’. De meest gebruikte zijn: toilet paper (het toiletpapier), toilet (de wc), shower (de douche), soap (de zeep), towel (de handdoek), sink (de wastafel), mirror (de spiegel), shampoo (de shampoo), toothpaste (de tandpasta), toothbrush (de tandenborstel), bath (de badkuip), faucet (de kraan). Bij elk woord horen een afbeelding, de Nederlandse betekenis en een geluidsopname van een moedertaalspreker die je zo vaak kunt afspelen als je wilt.

Hoe spreek je ‘toilet paper’ uit in het Engels?

Tik op het luidsprekertje naast het woord ‘toilet paper’ (het toiletpapier) om de uitspraak van een moedertaalspreker te horen en zeg het daarna twee of drie keer na. Zo gebruik je het in een zin: "I use toilet paper in the bathroom."

Hoeveel woorden leer je in dit thema?

In totaal 16 woorden, verdeeld over 2 units van 5–10 woorden. Elke unit heeft flashcards en 4 minigames — plaatje raden, luisteren, combineren en spellen — zodat nieuwe woorden meteen spelenderwijs worden herhaald.

Is het gratis?

Helemaal gratis en zonder account: open deze pagina gewoon in je browser, op je telefoon of computer. Je voortgang wordt automatisch op je apparaat opgeslagen. Wil je zonder internet oefenen, dan is er ook de app English For Kids.

Andere thema’s die hierbij passen

Bekijk alle 69 thema’s →