Miracle Apps

De lichaamsdelen

18 woorden in 2 korte units — leer de flashcards en haal alle 4 de spelletjes om de volgende unit te ontgrendelen.

Op deze pagina staan 18 Engelse woorden over het thema ‘De lichaamsdelen’, elk met een afbeelding, de Nederlandse betekenis, een voorbeeldzin en audio ingesproken door moedertaalsprekers. We beginnen met head (het hoofd), hair (het haar), eye (het oog). Alle woorden zijn verdeeld over 2 korte units, zodat kinderen stap voor stap leren en het geleerde meteen testen met 4 minigames.

Units

Alle 18 woorden: De lichaamsdelen in het Engels

Tik op de luidspreker om de moedertaal-uitspraak te horen.

head

head

het hoofd

“I wear a hat on my head.”

hair

hair

het haar

“She brushes her long hair every morning.”

eye

eye

het oog

“I close one eye to wink.”

ear

ear

het oor

“I hear music with my ear.”

nose

nose

de neus

“I smell the flowers with my nose.”

mouth

mouth

de mond

“I open my mouth to eat.”

arm

arm

de arm

“I throw the ball with my arm.”

hand

hand

de hand

“I wave my hand to say hello.”

leg

leg

het been

“I kick the ball with my leg.”

foot

foot

de voet

“I put a sock on my foot.”

finger

finger

de vinger

“I point at the bird with my finger.”

toe

toe

de teen

“I bumped my toe on the door.”

cheek

cheek

de wang

“Grandma gives me a kiss on the cheek.”

knee

knee

de knie

“I fell down and hurt my knee.”

neck

neck

de nek

“I wear a scarf around my neck.”

elbow

elbow

de elleboog

“I bent my arm at the elbow.”

shoulder

shoulder

de schouder

“I carry my bag on my shoulder.”

heel

heel

de hiel

“My new shoe hurts my heel.”

Voorbeeldzinnen

Zo gebruik je de woorden hierboven in eenvoudige alledaagse zinnen.

Ken je alle woorden van ‘De lichaamsdelen’ al?

Speel nu: De lichaamsdelen

Veelgestelde vragen

Wat is De lichaamsdelen in het Engels?

Op deze pagina staan 18 Engelse woorden over het thema ‘De lichaamsdelen’. De meest gebruikte zijn: head (het hoofd), hair (het haar), eye (het oog), ear (het oor), nose (de neus), mouth (de mond), arm (de arm), hand (de hand), leg (het been), foot (de voet), finger (de vinger), toe (de teen). Bij elk woord horen een afbeelding, de Nederlandse betekenis en een geluidsopname van een moedertaalspreker die je zo vaak kunt afspelen als je wilt.

Hoe spreek je ‘shoulder’ uit in het Engels?

Tik op het luidsprekertje naast het woord ‘shoulder’ (de schouder) om de uitspraak van een moedertaalspreker te horen en zeg het daarna twee of drie keer na. Zo gebruik je het in een zin: "I carry my bag on my shoulder."

Hoeveel woorden leer je in dit thema?

In totaal 18 woorden, verdeeld over 2 units van 5–10 woorden. Elke unit heeft flashcards en 4 minigames — plaatje raden, luisteren, combineren en spellen — zodat nieuwe woorden meteen spelenderwijs worden herhaald.

Is het gratis?

Helemaal gratis en zonder account: open deze pagina gewoon in je browser, op je telefoon of computer. Je voortgang wordt automatisch op je apparaat opgeslagen. Wil je zonder internet oefenen, dan is er ook de app English For Kids.

Andere thema’s die hierbij passen

Bekijk alle 69 thema’s →