De boodschappen
15 woorden in 2 korte units — leer de flashcards en haal alle 4 de spelletjes om de volgende unit te ontgrendelen.
Op deze pagina staan 15 Engelse woorden over het thema ‘De boodschappen’, elk met een afbeelding, de Nederlandse betekenis, een voorbeeldzin en audio ingesproken door moedertaalsprekers. We beginnen met cashier (de kassa), shopping cart (de winkelwagen), basket (de mand). Alle woorden zijn verdeeld over 2 korte units, zodat kinderen stap voor stap leren en het geleerde meteen testen met 4 minigames.
Units
Alle 15 woorden: De boodschappen in het Engels
Tik op de luidspreker om de moedertaal-uitspraak te horen.
cashier
de kassa
“The cashier takes my money at the counter.”
shopping cart
de winkelwagen
“I push the shopping cart down the aisle.”
basket
de mand
“I put the apples in my shopping basket.”
cash
het contant geld
“I pay for the milk with cash.”
customer
de klant
“The customer buys bread at the shop.”
bag
de tas
“I carry my food home in a bag.”
wallet
de portemonnee
“I keep my money in my wallet.”
credit card
de creditcard
“Mom pays with her credit card.”
scale
de weegschaal
“We weigh the fruit on the scale.”
lift
de lift
“We take the lift up to the next floor.”
barcode
de streepjescode
“Every item has a black-and-white barcode.”
barcode scanner
de streepjescodescanner
“The barcode scanner beeps at the checkout.”
escalator
de roltrap
“We ride the escalator up to the shops.”
price tag
het prijskaartje
“The price tag shows how much it costs.”
fitting room
de paskamer
“I try on the shirt in the fitting room.”
Voorbeeldzinnen
Zo gebruik je de woorden hierboven in eenvoudige alledaagse zinnen.
-
“The cashier takes my money at the counter.”
cashier — de kassa
-
“I pay for the milk with cash.”
cash — het contant geld
-
“I keep my money in my wallet.”
wallet — de portemonnee
-
“We take the lift up to the next floor.”
lift — de lift
Veelgestelde vragen
Wat is De boodschappen in het Engels?
Op deze pagina staan 15 Engelse woorden over het thema ‘De boodschappen’. De meest gebruikte zijn: cashier (de kassa), shopping cart (de winkelwagen), basket (de mand), cash (het contant geld), customer (de klant), bag (de tas), wallet (de portemonnee), credit card (de creditcard), scale (de weegschaal), lift (de lift), barcode (de streepjescode), barcode scanner (de streepjescodescanner). Bij elk woord horen een afbeelding, de Nederlandse betekenis en een geluidsopname van een moedertaalspreker die je zo vaak kunt afspelen als je wilt.
Hoe spreek je ‘barcode scanner’ uit in het Engels?
Tik op het luidsprekertje naast het woord ‘barcode scanner’ (de streepjescodescanner) om de uitspraak van een moedertaalspreker te horen en zeg het daarna twee of drie keer na. Zo gebruik je het in een zin: "The barcode scanner beeps at the checkout."
Hoeveel woorden leer je in dit thema?
In totaal 15 woorden, verdeeld over 2 units van 5–10 woorden. Elke unit heeft flashcards en 4 minigames — plaatje raden, luisteren, combineren en spellen — zodat nieuwe woorden meteen spelenderwijs worden herhaald.
Is het gratis?
Helemaal gratis en zonder account: open deze pagina gewoon in je browser, op je telefoon of computer. Je voortgang wordt automatisch op je apparaat opgeslagen. Wil je zonder internet oefenen, dan is er ook de app English For Kids.